Als het kwik in Nederland onder 0 gaat, doet dat wat met sommige mensen. En als dat lang genoeg duurt komt het Elfstedenspook weer van de zolder af. Hoewel er na het weekend een einde komt aan het gespook, werd er dit weekend volop genoten van de links en rechts bevroren slootjes. Tijdens de lange autorit zijn er menig schaatsers gespot. Eenmaal aangekomen bij de charmante schaakclub S.K.S. bleek dat we onze ijzers ook wel onder hadden kunnen binden. Bij het KNMI wordt er al volop met codes gestrooid, maar de inwoners van Oost-Souburg hadden het zout strooien achterwegen gelaten. Niet zonder risico begaven we ons door de gladde straten naar de club. 

We waren er op tijd en zonder kleerscheuren. De verwarming was al hard aan het werk om te voorkomen dat we al trillend de stukken op het verkeerde veld zouden zetten. De ruimte was speelzaal en bar in één, met daarboven een aparte zolder om de partijen na te kunnen spreken. S.K.S. heeft daarmee iets waar veel andere verenigingen, inclusief de onze, jaloers op kunnen zijn. Ze zijn namelijk eigenaar van het pand, dat in de jaren 80 overgenomen is van een harmonie. Je kan je de blije gezichten van de buren helemaal indenken, nadat die hoorden dat er een schaakvereniging in zou komen te zitten. We gaan weer terug naar het heden en dan blijkt dat er nog een bewoner huist in het pand. Of deze nou mee was gekomen uit Tilburg of dat hij daar al ronddwaalde is niet helemaal duidelijk, maar het degradatiespook was wel van de partij. 

Om ons een hart onder de riem te steken was onze trouwe mascotte Frank er weer bij. Geen sneeuw, ijs of afstand kan hem tegenhouden. De grote vraag was of hij met de fiets (of schaats) was gekomen, maar al gauw bleek dat hij toch maar de auto had genomen. Hoewel hij zijn spandoeken in de auto heeft gelaten en spreekkoren naar de tegenpartij achterwegen bleven, zorgde hij wel voor de nodige aanmoediging. Met zicht op de bar nam iedereen plaats, met uitzondering van de tegenstander van Elias, want die kwam enige tijd later na het starten van de klokken binnenvallen. Onderweg had de gladheid hem schijnbaar opgehouden. Dit leek hem echter niet opgejut te hebben, want op zijn gemak nam hij de tijd om te settelen, voordat ook Elias aan zijn partij kon beginnen. 

Dat we ons allemaal op glad ijs begaven was van tevoren wel duidelijk, maar wie er in een wak zou vallen zouden we wel gaan zien. Om te beginnen bij ondergetekende op bord 2. Mijn tegenstander had laten vallen dat hij wat eerder naar huis moest voor een feestje. Dit nam hij wel erg letterlijk, want na 8 zetten theorie zag hij een penning van mijn loper op zijn dame en koning over het hoofd. Na 20 minuten en met meer tijd op mijn klok dan waarmee ik was begonnen, was de score dus al zeer snel 1-0 voor DDT. Om maar in de ijsanalogie te blijven, het was een beetje als een shorttrack wedstrijd van Sjinkie Knegt, waarbij de tegenstander na het eerste rondje al in de boarding ligt. 

Op bord 7 en 8 waren Stefan en Tom hard op weg om ook snel de ijzers weer in het vet te zetten. Tom ging als een 500m sprinter op zijn doel af. Onderweg bleek hij toch meer een ruwe ijshockeyer want hij kwam een stuk achter voor een paar pionnen. Toch had hij wel initiatief en wist na enige tijd zelfs weer een stuk terug te winnen. Hij kwam in een gewonnen toreneindspel terecht en kon wat gas terug nemen. Helaas bleek dat zijn gaspedaal daarna vastgevroren zat, want hij kon de winnende combinatie niet vinden en moest genoegen nemen met een gelijkspel. Toch hadden mascotte Frank en ikzelf als gelegenheidssupporter daar halverwege voor getekend en kan Tom terugkijken op een  leuke en leerzame partij. 

Stefan was als invaller door de coach ingezet op bord 7. In een open partij golfde het spel wat op en neer, maar als een ware grootmeester nam Stefan de tijd voor zijn spel. Dit tot zorgen van de toeschouwers, want hoewel hij goede zetten vond ging hij met zijn rondetijd niet voor een snelheidsrecord. Dat liet hij aan zijn tegenstander over. Gelukkig haalde hij de 40ste zet en na afruil van de laatste toren kwam hij in een gewonnen pionneneindspel terecht, wat zijn tegenstander al snel en terecht voor gezien hield. 

Er was gelukkig dus sprake van een goede start en omdat het 2e schot na het startschot uitbleef was het zaak om de voorsprong te behouden en waar mogelijk uit te bouwen. Daarmee komen we aan op bord 6 waar Paul aan het koersen was. Paul over zijn partij: 

Ik speelde met zwart tegen een jeugdspeler. Naar mijn mening kwam ik goed uit de opening (soort dame-Indisch) en ik wist mijn tegenstander een geïsoleerde d-pion te bezorgen. Op zet 12 kon ik een pion winnen. Met als extra bonus dat ik ook nog de koningsstelling van mijn tegenstander kon versplinteren. Mede ook naar aanleiding van de post-mortem wist ik na afloop niet zeker of die pionwinst terecht was. Maar Fritz geeft mij gelijk (waardering zo rond de -3.10) en eigenlijk was de partij daarna in hogere zin ook voorbij. De hele variant had me echter wel wat tijd gekost, waardoor het toch nog wel spannend bleef. Maar terugkijkend (met de hulp van Fritz dit keer) een terechte overwinning van mij waar ik met plezier op terugkijk. 

De enige in ons team die schaatsen in zijn bloed heeft, is de van oorsprong Friese Jaap Postuma. Misschien laat hij zijn hoofd af en toe op hol brengen door het koude weer, want op het bord leek hij soms wat zoekende. Hij schrijft het volgende: 

Met wit speelde ik Siciliaans. In eerste instantie wilde ik zijn rokade voorkomen, dat lukte niet. Ook raakte ik door een fout een tempo kwijt. Door een verkeerde dame zet van zwart kon ik een kwaliteit winnen tegen een pion. Daarna kwam zwart er steeds beter uit en kregen we allebei matdreigingen in de stelling. Hierbij waren mijn dreigingen net een zet te langzaam. Totdat zwart zijn loper op een verkeerd veld zette. Ik kon daardoor een matdreiging uitvoeren die niet meer te verdedigen was.  

De teamleider liep even langs de borden en zag dat het goed was. Dat klopte, want met deze winst was de wedstrijd gewonnen. Nu was het nog zaak dat alle spelers ongeschonden de eindstreep haalden. Laat Bert-Jan nou net de volgende die zijn stempelkaart mocht laten zien. Bij nadere controle moest worden geconstateerd dat niet alle stempelposten bezocht waren, waardoor hij niet met de volle punten naar huis mocht. Hij voerde het volgende excuus aan: 

Ik veroverde het loperpaar en probeerde een koningsaanval op te zetten. Hierbij verloor ik de controle in het centrum. Ik had de stelling moeten openen aan de andere kant van het bord, maar toen ik dat verzuimde was het vooral de stelling keepen. Gelukkig zag mijn opponent niet hoe hij verder moest en bood hij remise aan. 

Als een Franse generaal die in 1795 de bevroren Lek oversteekt, geeft Elias op bord 4 zijn stukken leiding. In het dame paard eindspel lijkt hij iets beter te staan, maar net zoals in 1794 was de uitdrukking “Wat nu, zei Picharu” van toepassing. Waar de generaal het antwoord vond in de bevroren rivier, kreeg Elias geen externe hulp en bleef de Souburgse vesting onneembaar. Elias was, in tegenstelling tot de rest van de avond, vrij kort van stof: “ik speelde een correcte remise”. Daar houden we het dan maar bij. 

We schakelen over naar het laatste bord van de wedstrijd. Daar is Berry gelijk een kunstschaatser bezig aan de finesse van een toreneindspel. In plaats van lomp voor de overgebleven pionnen te gaan, voorkomt hij met souplesse het tegenspel van de dubbele torens van zijn tegenstander. Onder de indruk kijken de toeschouwers naar dit schouwspel en de jury deelt louter 10en uit. In het interview na de wedstrijd werd onder toezien van het wakende oog van el Capitano het volgende verslag gegeven: 

Ik speelde een partij met tegengestelde rokades. Ik ging voor mijn kansen op de koningsvleugel, maar moest goed op mijn hoede zijn voor de tegenstoten op de damevleugel. Door secuur spel lukte het een veroverd pionnetje te behouden. Dat leverde uiteindelijk in het toreneindspel de winst op. 

Daarmee noteren we onze grootste (en enige) overwinning van het seizoen tot nu toe, 6,5-1,5. Zodoende konden we met een goed gevoel aan de terugrit beginnen. Dat leek nog even uit onverwachte hoek verstoord te gaan worden, want uit het niets gaf Elias Bert-Jan een trap. Wanneer el Capitano zijn contract volgend jaar niet verlengd weten we nu dus wie we daarvoor aan moeten kijken. Als je dit leest Elias, zorg maar dat je zijn gemoed gunstig stemt met alle mogelijke middelen, inclusief steekpenningen.  

De rit naar huis ging vlotjes, terwijl Paul en Elias hun best deden de slechthorende Statler en Waldorf na te doen, werd mij door de teamleider verzocht een stukje over de dag te schrijven. Dat is onderhand meer een boekwerk geworden. Om de tocht af te sluiten belanden we bij het voor velen vertrouwde I-Pin-Ke, dat telkens meer lijkt op een soort neutraal terrein voor schakers, want meerdere Tilburgse clubs en hun tegenstanders schuiven daar graag aan. We kwamen erachter dat de ober Kees heet (Kees de Taiwanese Chinees), verder was er nog iets met klanken, panda’s en een fietser die Mo heet. Zo werd de dag gezellig afgesloten en werden de degradatiezorgen, al is het maar voor een dag, even vergeten. 

 Souburg 2  De Drie Torens 2   
1Carl Schoor1676-Bert-Jan Panjoel1982½ - ½
2Albert Vermue1689-Dennis de Vroe18500 - 1
3Jean-Pierre van Gemert1658-Berry Brand18100 - 1
4Vincent Sleuyter1624-Elias Thijsse1804½ - ½
5Erik Pieterse--Jaap Postuma17490 - 1
6Mert Mustafov820-Paul van Duijnhoven16320 - 1
7Brandon Haasbroek1424-Stefan Olree12120 - 1
8Giovanni Koolhoven1113-Tom Bastiaansen1331½ - ½
142916711½-6½